Tekst: Karl VINCK, zaakvoerder Assiver Bouwverzekeringen
 

WELKE VOORDELEN HEEFT DE BOUWHEER DIE ZIJN WERF ZELF VERZEKERT?

Met regelmaat is vast te stellen dat niet de bouwheer maar de aannemer de taak op zich krijgt om de werf te verzekeren. Via lastenboekclausules draagt de bouwheer, vaak op aanraden van zijn architect, de aannemer op om een globale verzekering voor de werf te voorzien. Meestal een ABR-polis. Met het idee dat op die wijze alle bouwrisico’s verzekerd zijn. Dit is echter niet zo.

Want hoewel de naam het zou kunnen doen vermoeden, verleent een alle bouwplaats risico’s verzekering geen dekking voor alle risico’s. Voor de risico’s waarvoor er dan wel dekking is, worden de waarborgen vaak (onbewust) uitgehold. Met als resultaat een matig verzekerde werf, waar bij een schadegeval de waarheid aan het licht komt. Gevolgd door een confrontatie met een geërgerde bouwheer.

 

BESTAAT ER EIGENLIJK WEL ZO IETS ALS ÉÉN ENKELE “BOUWVERZEKERING”?

Neen, het Belgische verzekeringslandschap voor de bouwsector is opgedeeld in verschillende polissen, met overlappingen, lacunes en uitsluitingen. In grote lijnen gesteld, verzekeren ze elk in meer of mindere mate de volgende 4 risico’s:

Een eerste risico is dat van de schade aan de werken. Zijnde het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van het bouwwerk door ongeval of overmacht, door werken van andere aannemers, door diefstal, e.d.m.

Schade door de werken aan derden, de aansprakelijkheid van de bouwpartners, vormt het tweede risico. Het kan gaan over schade t.g.v. een fout die werd gemaakt door een aannemer, ingenieur, architect, en zelfs door de bouwheer. De bouwheer (voornamelijk hij) komt in het vizier bij de foutloze verstoring van het genot van de buren om – zonder schade of overmatige hinder – van hun eigendom te genieten (artikel 544 van het burgerlijk wetboek).

Een derde risico vormen de gebreken die onder de toepassing van de tienjarige aansprakelijkheid vallen en niet hersteld geraken omwille van betwistingen of door het faillissement van de aannemer of door het stopzetten van de activiteit door de ingenieur (verkoop, pensioen,…).

Het lichamelijk letsel tijdens het bouwproces dat de arbeiders, de bouwdirectie, de bouwheer en of zijn onbezoldigde helpers kunnen oplopen, is het vierde risico.

 

Waarom als bouwheer zich verzekeren?